De Nederlandse planning is nooit weggeweest

Bijna vier jaar geleden geplaatst in NRC handelsblad, 10-02-2007. Er is wel wat veranderd…

Rijksbouwmeester Mels Crouwel vraagt in het Zaterdags Bijvoegsel van 3 februari 2007 om meer regie en samenhang in de praktijk van de ruimtelijke ordening. Zijn roep om de ‘ouderwetse Nederlandse planning’ nieuw leven in te blazen lijkt mij echter onjuist.

Het ‘plan’, dat de hoofdlijnen voor de ruimtelijke inrichting uitzet waar Crouwel om vraagt, is nooit weggeweest. Het ruimtelijk beleid, ook in de Nota Ruimte, geeft sinds lange tijd de ruimtelijke ontwikkeling van stad en land in grote lijnen zeer consequent vorm. Daar heeft zelfs de uiteenlopende signatuur van de verschillende naoorlogse kabinetten niets aan veranderd, hoe graag een minister zich ook afzet in de media en de Tweede Kamer tegen zijn voorganger. Sinds mensenheugenis worden in Nederland stad, ommeland, en infrastructuur grofweg in samenhang ontwikkeld (denk eens aan de aanleg en exploitatie van de trekvaarten in de zeventiende eeuw). ‘Vitale steden en een sterk platteland’, één van de slogans van nu, kan zo op het ‘beleid’ van voorgaande eeuwen worden geplakt!

Het plan is er, de uitvoering ervan is alleen een stuk ingewikkelder dan vroeger. De grote opgave van de laatste decennia is dan ook om de toenemende complexiteit van de samenleving in ruimtelijke zin zoveel mogelijk recht te doen. Alles wat we doen vraagt ruimte, en we doen in dit kleine landje nogal wat, liefst letterlijk kriskras door elkaar. Daar komt bij dat de samenleving ook complexer is georganiseerd: iedereen praat mee over de keuzes waar wat te doen, en heeft juridische of financiële middelen om daar invloed op uit te oefenen. De kunst is om mét alle betrokkenen tot heldere besluiten te komen.

blokjeskaart-2_W48095

Crouwels uitspraak dat de regering, oftewel de rijksoverheid, het heft in handen moet nemen doet geen recht aan de rol en taak van lokale overheden, maar ook niet aan die van het rijk. Bestaande wetten geven het rijk de mogelijkheid om zaken van nationaal belang naar zich toe te trekken. Centraal wat centraal moet, decentraal wat decentraal kan, zoals Crouwel zelf ook zegt. In de Nota Ruimte worden in lijn met het aloude beleid keurig nationale landschappen benoemd en beschermd, worden hoofdinfrastructuur en belangrijke havens en economische clusters van bedrijvigheid aangewezen, en worden de steden ontwikkeld en het landelijk gebied ondersteund. Zaken die hier buiten vallen, of waar plek is voor een nadere uitwerking, worden bij lokale overheden of in de regio neergelegd. Van een laissez-faire is al helemaal geen sprake als je ziet hoe uitgebreid bijvoorbeeld een gemiddelde bouwaanvraag wordt beoordeeld – gooi die vraag maar eens in de groep bij de eerstvolgende verjaarsvisite.

Tags: , , ,

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter