Factcheck: ‘Alle zonneweiden Friesland uit’

Op 11 mei schreef Jan Dijkstra een opinieartikel in de Leeuwarder Courant met de boodschap dat er voor grootschalige zonneparken geen plek is. Hij bouwt zijn betoog op met vier duidelijke argumenten. Laat ik beginnen met te zeggen dat het een verademing is dat iemand eens de tijd neemt een paar zaken goed uit te werken als het om klimaat en energie gaat, in plaats van uit de heup en de onderbuik te reageren. Aangezien ik dagelijks bezig ben met duurzame-energieprojecten en de ruimtelijke inpassing ervan, vind ik het de moeite waard de vier argumenten tegen het licht te houden en te kijken of ik tot dezelfde conclusie kom.

  1. Landschap. Een goede inpassing in het landschap, en uiteraard op een geschikte plek voor een dergelijke inpassing is natuurlijk van groot belang. Geen gemeente of provincie die dat over het hoofd ziet. Veel overheden hebben inmiddels beleid voor zonneparken, of zijn bezig dat op te stellen. Hierin worden altijd criteria gesteld voor het ontwerp van een zonnepark. Check bijvoorbeeld dat van de provincie Groningen (www.provinciegroningen.nl/zonneparken). Mooi of lelijk is een kwestie van smaak, maar zorgvuldigheid is altijd geboden. Inpassing kan op veel manieren, en met respect voor landschap en natuur. Dat de grond primair nodig is voor onze voedselvoorziening is niet juist: we maken in Nederland meer dan genoeg voedsel, en bovendien worden jaarlijks al duizenden hectares landbouwgrond omgezet in nieuwe natuur.
  2. Alternatief: eerst op daken. Daar zal iedereen het over eens zijn: alle geschikte daken zouden benut moeten worden voor de opwek van zonne-energie. Wat is een geschikt dak? Geen schaduw, redelijk naar de zon gericht, voldoende draagvermogen, niet ontsierend, en geen last van obstakels. In de praktijk betekent dat dat ongeveer de helft van de daken geschikt zou zijn. Zie ook deze factcheck van NRC: https://www.nrc.nl/nieuws/2015/08/22/als-op-elk-nederlands-dak-een-zonnepaneel-zou-staan-hadden-we-geen-gas-meer-nodig-a1495250 . Daarmee dekken we maar een klein deel van onze energiebehoefte. Ons huidige energieverbruik schommelt op jaarbasis rond de 3000 PetaJoule (PJ), en met alle daken zouden we daar ruim 10% van kunnen opwekken. In 2050 willen we 100% duurzaam zijn immers. Dus: daken, zeker doen, maar dan zijn we er nog lang niet.
  3. Financiën: Dijkstra rekent uit dat zonnestroom tienmaal duurder is dan windenergie. Windenergie is op dit moment inderdaad goedkoper dan zonne-energie, maar de ontwikkelingen in de energiesector gaan snel. Zon is lang geen tienmaal duurder dan wind. De windsector loopt zeker een jaar of tien voor op de zonnesector, en daar zien we de afgelopen jaren een razendsnelle daling van de prijzen. Dezelfde ontwikkeling doet zich inmiddels voor bij zonne-energie. In andere landen worden al prijzen van minder dan €0,05 per kWh gehaald. In Nederland gaan we nu naar €0,09 per kWh, en daar verwacht ik de komende jaren een verdere daling. Mijn verwachting is dat voor grootschalige projecten, zon en wind op termijn vergelijkbaar in kostprijs zullen zijn. Dat betekent wel dat we nu meters moeten maken, want pas bij grotere volumes, meer ervaring en betere kennis, zullen de prijzen fors dalen.
    Overigens, onze energievoorziening als systeem is in mijn ogen een maatschappelijk goed. Dat zal altijd geld kosten, en dat mag ook. De kosten voor fossiele energie zijn in werkelijkheid hoger dan de de huidige kWh-prijzen waarmee gerekend wordt. Denk maar eens aan de schade die de gaswinning met zich meebrengt, en de enorme kosten van het opruimen van de kolen- en kerncentrales de komende jaren. Anders dan bij wind en zon, zitten deze kosten niet in de business case, en krijgt de samenleving een rekening gepresenteerd die de (voorlopige) meerkosten van groene energie verre overtreft.
  4. Verhouding windenergie/zonne-energie: Jan Dijkstra heeft gelijk als hij voorrekent dat een oppervlakte van 10 hectare (20 voetbalvelden) nodig is om net zoveel energie op te wekken als een grote windturbine. Dat is een kwestie van kiezen: in Friesland is geen enkel politiek draagvlak voor windenergie, dus dan moet de energie toch ergens anders vandaan komen. Ook in andere delen ons land geeft men vaak de voorkeur aan zonneweides boven windparken. Tegelijk is het een dure keuze: we hebben voorlopig alle mogelijkheden nodig om voldoende energie te kunnen opwekken voor onze behoefte. Bovendien zijn de opwekprofielen van zon en wind grotendeels complementair. Oftewel: als de zon niet schijnt, waait het vaak wel, en andersom.

Conclusie

Jan Dijkstra verdient waardering voor zijn uitvoerige betoog, en voor het aansnijden van vier belangrijke thema’s als het gaat om de inpassing van duurzame energie in ons mooie landje: landschappelijke kwaliteit, efficiënt ruimtegebruik, kosteneffectiviteit, en een afweging van beschikbare technieken.

Daar voeg ik een vijfde thema aan toe, en dat is de betrokkenheid van de samenleving bij de energietransitie. De impact van de overgang van fossiel naar groen zal hoe dan ook een grote impact hebben. Worden omwonenden betrokken bij locatiekeuze en ontwerp? Worden lusten en lasten goed verdeeld? Zorgen overheden en initiatiefnemers voor de juiste mate van urgentie en eigenaarschap? Dan komen alle bovenstaande zaken aan de orde. Niet op iedere plek en ten koste van alles, maar in een zorgvuldige afweging is er dan zeker ook ruimte voor zonne-energie.

Tags:

One Response to “Factcheck: ‘Alle zonneweiden Friesland uit’”

  1. 22 mei 2017 at 22:09 #

    Wat een respectvolle heldere factcheck van de ingezonden brief van de heer Dijkstra. Hulde

Laat een reactie achter